Dit onderzoek van de Fryske Akademy laat zien hoe de Friese taal verschilt tussen generaties

  • Marjoleine Sloos

Press/Media: Research

Description

Corpus Boarnsterhim heet het taalonderzoek waarvoor de Fryske Akademy families zoekt die hun uitspraak in zowel het Fries als Nederlands vast willen laten leggen.

Op het bureau van onderzoekster Marjoleine Sloos van de Fryske Akademy liggen talloze cassettebandjes. En schriften waarin de opgenomen teksten op deze bandjes deels met de hand uitgeschreven zijn. Voor Corpus Boarnsterhim moeten we terug naar de jaren 1982-1984 toen professor Tony Feitsma op de Vrije Universiteit in Amsterdam het project bedacht.

Ze liet 87 cassettebandjes opnemen van in totaal 87 sprekers. Op de ene kant spreken ze Fries, op de andere kant Nederlands. Dat is niet het enige systematische in Feitsma’s onderzoek, vertelt Sloos. De systematiek ligt ook in de selectie van de sprekers. Het ging altijd om drie generaties van dezelfde familie, uitsluitend via de vrouwelijke lijn van oma naar moeder naar dochter of de mannelijke van opa naar vader naar zoon.

In totaal waren 27 families bij het onderzoek betrokken, allemaal uit de voormalige gemeente Boarnsterhim. Dat Feitsma, die in 2009 overleed, voor Boarnsterhim koos, had volgens Sloos te maken met haar woonplaats Grou. In die omgeving had ze connecties. ,,Het is uniek dat ze van één spreker twee talen opnam. Maar ook dat ze er een gelijk aantal mannen en vrouwen bij betrok en dat ze onderscheid maakte in opleiding.’’

Daarmee ontstond een enorme database, een zogenaamd corpus gesproken taal. Sloos luisterde alle cassettebandjes af op een oude cassetterecorder. ,,Die begaf het zelfs.’’ Via een verbinding met de computer werden de stemmen gedigitaliseerd.

Op de computer kan nu afgeluisterd worden in hoeverre in de loop van die drie generaties de uitspraak van het Fries door het Nederlands beïnvloed werd en de uitspraak van het Nederlands door het Fries.

Het driejarig onderzoek van Sloos, dat eind 2019 afgerond moet zijn, bestaat niet alleen uit het vastleggen van het oude corpus. ,,We willen de families van toen opnieuw benaderen. Met de oudste generatie lukt dat niet meer. Dat waren de geboortejaren 1887-1917. De tweede generatie zal ook al moeilijk worden, maar we hopen een derde terug te kunnen vinden.’’

Een derde tak aan het onderzoek is nieuwe families erbij betrekken. Te beginnen bij de tweede generatie van toen, zodat er nu een nieuwe generatie aan toegevoegd kan worden. ,,Vier generaties, dan heb je onderzoeksgegevens over honderd jaar’’, stelt Sloos vergenoegd vast. Die families moeten wel weer uit plaatsen als Grou, Reduzum, Akkrum, Wergea, Jirnsum of Warten komen en uit verschillende opleidingsniveaus.

,,Feitsma maakte onderscheid tussen boeren, laagopgeleiden die geen boer waren en hoogopgeleiden die geen boer waren. Maar die scheiding kunnen wij niet meer maken. Tegenwoordig zijn veel boeren hoogopgeleid en de ulo is er niet meer. Wij leggen de scheidslijn bij hbo- en universitair onderwijs en alles daaronder.’’

Een eerste oproep in de zoektocht naar zo’n dertig nieuwe families leverde acht reacties met een vrouwengeneratie op en slechts één mannelijke. ,,Vrouwen hebben meer met taal. In het algemeen is bekend dat hoogopgeleide vrouwen dikwijls taalveranderingen in gang zetten. De Gooische ‘r’ is daar een voorbeeld van.’’

Sloos concentreert zich eerst op de uitspraak van ‘en’ in woorden als boeken en samen. Ze heeft ontdekt dat de oudere generatie uit het Boarnsterhim-onderzoek de Friese uitspraak vaker door het Nederlands laat beïnvloeden en andersom ook. ,,Ze halen veel meer door elkaar dan de jongere generatie.’’ Daar kun je een nieuwe onderzoeksvraag op loslaten. Zoals: komt dat beter scheiden door de Friese les op school?

Een ander resultaat: Friezen gebruiken een krakerige ‘n’ als er een ‘t’ aan vooraf gaat, bijvoorbeeld als ze ‘sitten’ uitspreken. Er zullen nog heel wat uurtjes met de koptelefoon volgen om meer te ontdekken.

Period20 Mar 2018

Media coverage

1

Media coverage