Doopsgezinde kerk Damwâld 250 jaar

Press/Media: Expert Comment

Description

De eerste steen van de vermaning in Damwâld werd morgen precies 250 geleden gelegd. In een feestelijke bijeenkomst in het gebouw wordt daaraan morgenmiddag vanaf half twee de nodige aandacht besteed. Achtergrond Dick Vos W aarom precies besloten was tot nieuwbouw in 1767, is onbekend, vertelt dr. Oebele Vries. Sinds het einde van de zeventiende eeuw waren echte schuilkerken al niet meer nodig, al mochten de gebouwen van de doopsgezinden - net als die van bijvoorbeeld de remonstranten en de katholieken – zich nog niet al te veel als kerkgebouw profileren. Torens erop waren nog niet toegestaan, dat mocht pas vanaf de Franse tijd, een paar decennia later, toen alle godsdiensten officieel gelijkgesteld werden. Vries is gastonderzoeker bij de Fryske Akademy en als belangstellende betrokken bij de doopsgezinde gemeente van Damwâld. Schuilkerk De doopsgezinde gemeente in Damwâld moet ontstaan zijn tussen 1580 en 1600. Wanneer zij echter haar eerste kerk bouwde, daarover zijn geen gegevens bewaard gebleven. Wel is bekend dat het eerste gebouwtje op de plek van de huidige vermaning aan de Doniawei gestaan moet hebben, verscholen achter een bomenwal. Het moet een schuilkerk geweest zijn die op een schuur leek, volgens Vries, geplaatst op een hoek van een boerenerf. De straatnaam Fermanjepaad, een zijstraat van de Doniawei, herinnert nog aan de tijd waarin de ingang uit het zicht ervan niet zichtbaar was vanaf de hoofdweg. Want zo ging het toen de calvinistische, gereformeerde kerk het voor het zeggen had gekregen. Andere stromingen werden geduld, zolang ze maar niet zichtbaar waren. Bijzonder aan het interieur van de vermaning die in 1767 gebouwd werd, was dat er al bij de bouw een herenbank in gezet werd. Voor zover Vries weet, is dat nergens anders voorgekomen. In gereformeerde kerken was het vrij gebruikelijk dat families van aanzien met toestemming van de kerkvoogdij een eigen bank mochten plaatsen, in doopsgezinde gemeenten niet. In Damwâld betrof het een familiebank van Johannes Douwes, een rijke vervener uit De Falom. ,,En het gekke was dat deze man, hoewel afkomstig uit een doopsgezinde familie, al overgestapt was naar de gereformeerden toen de kerk in gebruik genomen werd”, vertelt Vries. Alleen als je lid was van de heersende kerk mocht je een publiek ambt bekleden, en deze man werd later ‘bijzitter’, oftewel wethouder. Toen de kerk midden jaren zeventig van de vorig eeuw verbouwd werd, werd de bank ontmanteld. Het hoge rococo-opzetstuk van de bank, de achterzijde met daarop het familiewapen, werd ter herinnering geplaatst tegen de wand onder het orgel dat in 1885 gemaakt werd door orgelmakerij Bakker en Timmenga uit Leeuwarden. Leraar Bij die verbouwing werd het hele interieur trouwens aangepakt. De banken werden vervangen door stoelen en de preekstoel, midden tegen de achterwand, werd vervangen door een minder groot en zwaar exemplaar, meer een katheder. ,,Bij de doopsgezinden is de voorganger een leraar die dicht bij het volk staat”, zegt Vries. ,,Zo’n grote preekstoel schept teveel afstand.” Er werd daarvoor een podium gemaakt waarop ook een avondmaalstafel te staan kwam. Lang was het de gewoonte in doopsgezinde gemeenten dat de voorgangers lekenpredikers waren – leraren die als vrijwilligers ook wel liefdepredikers genoemd werden. Een bekend geworden liefdeprediker was Uilke Reitzes, naar wie nog een straat genoemd is in Damwâld. Pas vanaf 1811 kwamen er predikanten die gestudeerd hadden, waarmee er ook voor een traktement en een pastorie gezorgd moest worden. Dat lukte de gemeente met behulp van een ruim legaat uit 1794. Muziek De huidige voorganger van de gemeente, officieel geen predikant maar hbo-theoloog, is Ietsje van der Meer-de Boer. Tijdens de herdenkingsbijeenkomst zal zij zich vooral op het huidige gemeenteleven richten. Er zit muziek in de doopsgezinde gemeente in Damwâld, geeft ze aan. Zo’n honderd leden en andere belangstellenden zijn erbij betrokken. De gemeente wil kerk zijn voor het dorp en dat op een laagdrempelige manier, en dat lijkt te lukken. De kookclub van de kerk trekt vooral kinderen zonder kerkelijke achtergrond, zegt Van der Meer, en ook voor het project ‘Wisselboek’ is de nodige belangstelling. Dat werd opgezet toen de Openbare Bibliotheek dichtging. Tweemaal per maand kunnen belangstellenden in de tsjerkekeamer een boek brengen en een ander boek meenemen. ,,Misschien scheelt het dat ik godsdienstles geef op de openbare basisschool”, denkt Van der Meer. Ook buiten de kerk is ze daardoor een bekende in het dorp. Naar buiten kijken als kerk, daar gaat het om en daarin ligt de toekomst van de kerk. ,,Doopsgezinden zijn vaak naar binnen gericht geweest, maar we realiseren ons hier dat we ook een taak in de wereld hebben.”

Period28 Apr 2017

Media coverage

1

Media coverage

  • TitleDoopsgezinde kerk Damwâld 250 jaar
    Media name/outletFriesch Dagblad
    Date28/04/2017
    Producer/AuthorDick Vos
    PersonsOebele Vries