Het Fries gaat minder snel achteruit dan vorig jaar nog werd gedacht. Dat concludeert de provincie op basis van onderzoek van de Fryske Akademy. Het aantal mensen dat thuis Fries spreekt ligt nu op 49 procent. Tegelijk zegt 50 procent dat dat gesprekken met de kinderen Friestalig verlopen. Daarvan stelt 42 procentpunt dat dit altijd het geval is en 4 procentpunt dat dit vaak zo is. De resultaten zijn op verzoek van gedeputeerde Sietske Poepjes nog voor de zomer gepubliceerd. Ze vindt dat er politieke urgentie is, ook omdat een jaar geleden alarmerende berichten over het Fries naar buiten kwamen. Het Fries wordt met uitsterven bedreigd, was toen de conclusie van onderzoek van Geert Driessen van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Op basis van cijfers uit 2014 concludeerde hij dat nog maar 32 procent Fries spreekt met de kinderen, terwijl 35 procent van de ouders onderling Fries spreekt. Het ,,horrorsenario’’ van Driessen klopt niet, concludeert Poepjes. Driessen baseerde zich volgens haar op een te klein aantal respondenten. Ze zegt blij te zijn dat het Fries minder hard achteruitgaat dan gedacht, maar vindt het wel jammer dat nog maar 49 procent het thuis spreekt. Deze cijfers staan in Taal yn Fryslân, de folgjende generaasje (juni 2017) van Edwin Klinkenberg van de Fryske Akademy. Het gaat om een taalsociologisch onderzoek. Vergelijkbare studies verrichtte de Akademy in 1995, 1984 en 1969. Tijdens het vorige onderzoek sprak 55 procent thuis nog Fries. Het onderzoek is gebaseerd op een schriftelijke enquête via internet en persoonlijke interviews. Voor de enquête zijn dertigduizend willekeurige adressen aangeschreven, met promotie via Omrop Fryslân. Dat leverde minder dan 10 procent respons op. Die nam toe tot bijna 15 procent na, met steun van de provincie, een tweede oproep. Uiteindelijk vulden 3800 mensen de lijst volledig in. Een lage respons, schrijft Klinkenberg, waarin ouderen en Friestaligen zijn oververtegenwoordigd. Later dit jaar wil de Fryske Akademy die effecten er nog uitfilteren om tot representativiteit te komen. Poepjes: ,,De wittenskiplike ûnderbouwing komt noch.’’ Voor de provincie is er volgens haar aanhoudend werk aan de winkel. Poepjes vindt het positief dat 78 procent zichzelf als Fries beschouwt. Op sociale media wordt de Friese taal substantieel gebruikt, stelt de Akademy. Van de gebruikers van WhatsApp zegt 66 procent ,,wolris’’ Friestalig te communiceren, terwijl 26 procent dat vaak doet. In mailverkeer liggen die percentages op 55 (wel eens) en 14 (vaak) en op Facebook op 56 (wel eens) en 18 (vaak). Op Twitter geldt dit voor 41 (wel eens) en 9 procent (vaak). Diezelfde mensen hanteren het Nederlands nog veel meer op deze media. Dan variëren de percentages van 88 tot 99 procent. De gebruikers schrijven het Fries zo op als zij het uitspreken. De provincie spant zich al tientallen jaren in voor het Fries. Als gevolg daarvan is de formele positie van het Fries versterkt. Maar het is volgens Klinkenberg niet duidelijk wat het effect van al die provinciale inspanningen is op het gebruik van het Fries. Dat het Fries nog bestaat en niet door het Nederlands is weggevaagd ,,liket wol in wûnder’’. Hij dankt dit mede aan de liefde en achting van ,,in soad’’ Friezen voor hun taal. Provinciaal beleid en acties van organisaties als de Ried fan de Fryske Beweging dragen daaraan bij. Volgens Poepjes is daarmee bewezen dat de provincie een belangrijke rol speelt. Fryske Akademy: ongeveer de helft spreekt thuis Fries.

References

TitleFries gaat minder snel achteruit dan gedacht
Media name / outletLeeuwarder Courant
Date11/07/2017
Producer / AuthorAtze Jan de Vries
URLhttps://www.lc.nl/friesland/Onderzoeksresultaten-gebruik-Fries-eerder-gepresenteerd-slecht-scenario-vorig-jaar-klopt-niet-22351216.html
PersonsE.L. Klinkenberg

Description


Het Fries gaat minder snel achteruit dan vorig jaar nog werd gedacht. Dat concludeert de provincie op basis van onderzoek van de Fryske Akademy. Het aantal mensen dat thuis Fries spreekt ligt nu op 49 procent. Tegelijk zegt 50 procent dat dat gesprekken met de kinderen Friestalig verlopen. Daarvan stelt 42 procentpunt dat dit altijd het geval is en 4 procentpunt dat dit vaak zo is. De resultaten zijn op verzoek van gedeputeerde Sietske Poepjes nog voor de zomer gepubliceerd. Ze vindt dat er politieke urgentie is, ook omdat een jaar geleden alarmerende berichten over het Fries naar buiten kwamen. Het Fries wordt met uitsterven bedreigd, was toen de conclusie van onderzoek van Geert Driessen van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Op basis van cijfers uit 2014 concludeerde hij dat nog maar 32 procent Fries spreekt met de kinderen, terwijl 35 procent van de ouders onderling Fries spreekt. Het ,,horrorsenario’’ van Driessen klopt niet, concludeert Poepjes. Driessen baseerde zich volgens haar op een te klein aantal respondenten. Ze zegt blij te zijn dat het Fries minder hard achteruitgaat dan gedacht, maar vindt het wel jammer dat nog maar 49 procent het thuis spreekt. Deze cijfers staan in Taal yn Fryslân, de folgjende generaasje (juni 2017) van Edwin Klinkenberg van de Fryske Akademy. Het gaat om een taalsociologisch onderzoek. Vergelijkbare studies verrichtte de Akademy in 1995, 1984 en 1969. Tijdens het vorige onderzoek sprak 55 procent thuis nog Fries. Het onderzoek is gebaseerd op een schriftelijke enquête via internet en persoonlijke interviews. Voor de enquête zijn dertigduizend willekeurige adressen aangeschreven, met promotie via Omrop Fryslân. Dat leverde minder dan 10 procent respons op. Die nam toe tot bijna 15 procent na, met steun van de provincie, een tweede oproep. Uiteindelijk vulden 3800 mensen de lijst volledig in. Een lage respons, schrijft Klinkenberg, waarin ouderen en Friestaligen zijn oververtegenwoordigd. Later dit jaar wil de Fryske Akademy die effecten er nog uitfilteren om tot representativiteit te komen. Poepjes: ,,De wittenskiplike ûnderbouwing komt noch.’’ Voor de provincie is er volgens haar aanhoudend werk aan de winkel. Poepjes vindt het positief dat 78 procent zichzelf als Fries beschouwt. Op sociale media wordt de Friese taal substantieel gebruikt, stelt de Akademy. Van de gebruikers van WhatsApp zegt 66 procent ,,wolris’’ Friestalig te communiceren, terwijl 26 procent dat vaak doet. In mailverkeer liggen die percentages op 55 (wel eens) en 14 (vaak) en op Facebook op 56 (wel eens) en 18 (vaak). Op Twitter geldt dit voor 41 (wel eens) en 9 procent (vaak). Diezelfde mensen hanteren het Nederlands nog veel meer op deze media. Dan variëren de percentages van 88 tot 99 procent. De gebruikers schrijven het Fries zo op als zij het uitspreken. De provincie spant zich al tientallen jaren in voor het Fries. Als gevolg daarvan is de formele positie van het Fries versterkt. Maar het is volgens Klinkenberg niet duidelijk wat het effect van al die provinciale inspanningen is op het gebruik van het Fries. Dat het Fries nog bestaat en niet door het Nederlands is weggevaagd ,,liket wol in wûnder’’. Hij dankt dit mede aan de liefde en achting van ,,in soad’’ Friezen voor hun taal. Provinciaal beleid en acties van organisaties als de Ried fan de Fryske Beweging dragen daaraan bij. Volgens Poepjes is daarmee bewezen dat de provincie een belangrijke rol speelt. Fryske Akademy: ongeveer de helft spreekt thuis Fries.

Period11 Jul 2017

ID: 4544091