Bewerking van Johan Winklers Nederlandsche geslachtsnamen Er zijn van die vakgebiedjes met onderwerpen waar iedereen belangstelling voor heeft, omdat men er in het dagelijkse leven steeds mee te maken heeft, maar waar niemand wetenschappelijk in geïnteresseerd lijkt te zijn. De naamkunde is zo’n multidisciplinair vakgebied. Het zal moeilijk zijn om daarover op de universiteiten iets te willen leren. De laatste ouwe knarren die er verstand van hadden, zijn nu op een enkeling na toch wel met pensioen; het is hun in diverse faculteiten niet gelukt om de naamkunde, waar zij zelf al maar voor een klein deel mee bezig konden zijn, te behouden. Op populair-wetenschappelijk niveau proberen uitgevers zo nu en dan tegemoet te komen aan de vraag die bij het publiek verondersteld wordt. Beperken we ons nu, in verband met onderhavige boeksignalering, tot het onderwerp familienamen, dan zien we dat de Belgen gezegend zijn met een uitstekend naslagwerk dat door Frans Debrabandere in zijn vrije tijd en na zijn pensionering op basis van het materiaal dat hij zijn levenlang heeft verzameld, is samengesteld. In Nederland heeft men echter uit armoede enkele oude boeken uit een grijs verleden opnieuw uitgegeven, zonder werkelijk kritisch naar de kwaliteiten ervan te kijken. Enkele jaren geleden verscheen een volstrekt waardeloos boek van A. Huizinga uit 1955 met een aan de Nederlandse én Belgische markt aangepaste titel in een nieuwe luxe editie: Huizinga’s complete lijst van namen. Vraagbaak voor de afkomst van de Nederlandse en Vlaamse familienamen (Baarn, Tirion, 1998). Schandelijk natuurlijk, want de kopers en lezers die van school af aan al argeloos zijn op dit gebied, omdat ze daar geleerd hebben dat er zulke rare namen werden aangenomen uit naïeviteit of om Napoleon een loer te draaien, worden misleid met de meest onzinnige suggesties voor naamsverklaringen, die louter voortkwamen uit de fantasie van de auteur. Nu dan heeft Jan Nijen Twilhaar voor de Sdu in dit kader een heruitgave verzorgd van Johan Winklers De Nederlandsche geslachtsnamen in oorsprong, geschiedenis en beteekenis uit 1885. We kunnen gelukkig voorop stellen dat het boek van Winkler ondanks zijn ouderdom altijd een van de meest informatieve publicaties over dit onderwerp is geweest; het is geregeld fotomechanisch herdrukt, voor het laatst nog bij Regio Boek in Neerijnen omstreeks 1993 (en niet in 1971 zoals in deze nieuwe uitgave wordt vermeld). De heruitgever heeft zich er ook niet gemakkelijk van af willen maken, integendeel, hij heeft het hertaald in modern Nederlands en er zijn ook nog enkele hoofdstukken aan toegevoegd van eigen hand om onder andere ook iets over buitenlandse namen te lezen te geven. Toch heb ik er gemengde gevoelens bij. En die worden niet alleen maar veroorzaakt door het besef dat er eens ernstig aan gewerkt moet worden om een lacune aan te vullen. Er is me met deze hertaalde en aangevulde uitgave wat te veel gerommeld. Men kan er nog begrip voor opbrengen dat de uitgever, net als bij het product dat ik hiervoor aan de kaak stelde, de titel zodanig gewijzigd heeft, dat het ook in België verkocht kan worden (hoewel Winkler toch voornamelijk Fries georiënteerd was). Maar men had toch moeten beseffen dat hoofdstukken over de bijnamen uit het dorp van de samensteller en over bijnamen in gebarentaal, onderzoekjes die nog ergens op de plank lagen, in deze publicatie niet op zijn plaats zijn. Wat ik echter kwalijker vind, is dat ondanks de verontschuldigingen vooraf toch de suggestie gewekt wordt, dat met die in korte tijd bij elkaar geschreven paragrafen over namen van buitenlandse origine (om ook de migranten ter wille te zijn), een compleet beeld van de familienamen in Nederland wordt verschaft. Maar Winkler an sich was verre van volledig; hij besefte dat zijn werk slechts een kennismaking was, die op dat moment aan een behoefte voldeed. Hij beschikte niet over de archivalische bronnen die in de eeuw na hem voor onderzoek ter beschikking zijn gekomen en die toen pas door menige stamboomvorser werden benut, bronnen die onontbeerlijk zijn om familienamen behoorlijk te kunnen interpreteren. Er is dan weliswaar geen standaardwerk over familienamen verschenen dat het hele taalgebied omvat en Winkler als relict achter zich laat, maar er is inmiddels heel wat deskundig onderzoek verricht. En daar gaat deze heruitgave met toegift in feite aan voorbij. Hertaling neemt bovendien misschien het archaïsche taalgebruik van Winkler weg, maar niet zijn denkbeelden. Die zullen de lezer zo nu en dan toch zeer bevreemden, met name omdat zij dan misschien niet beseffen met een negentiende-eeuwer te maken te hebben, die er soms blijk van geeft ook maar een naamkundige dilettant te zijn en een eigenzinnig heerschap. Voor een verantwoorde heruitgave had eerder de nadruk moeten liggen op kritische annotatie dan op uitbreiding ‘ter actualizering’. (Leendert Brouwer) Winkler, Johan & Jan Nijen Twilhaar. Achternamen, in Nederland & Vlaanderen. Oorsprong, geschiedenis en betekenis. Den Haag: Sdu, 2006. XVIII + 598 blz. ISBN 90 12 11660 2. EUR 49,50.
Original languageEnglish
JournalNederlandse Taalkunde
Volume13 (2008)
Issue number3
Publication statusPublished - 2008

ID: 681754