Standard

Ouderenzorg moet homovriendelijker [Redactioneel]. / Fokkema, C.M.

In: Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, Vol. 43, No. 1, 2012, p. 4-6.

Research output: Contribution to journal/periodicalArticleProfessional

Harvard

Fokkema, CM 2012, 'Ouderenzorg moet homovriendelijker [Redactioneel]' Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, vol. 43, no. 1, pp. 4-6.

APA

Fokkema, C. M. (2012). Ouderenzorg moet homovriendelijker [Redactioneel]. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, 43(1), 4-6.

Vancouver

Fokkema CM. Ouderenzorg moet homovriendelijker [Redactioneel]. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie. 2012;43(1):4-6.

Author

Fokkema, C.M./ Ouderenzorg moet homovriendelijker [Redactioneel]. In: Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie. 2012 ; Vol. 43, No. 1. pp. 4-6

BibTeX

@article{1f332ea9165f4fcaa513cd6028d1fbb6,
title = "Ouderenzorg moet homovriendelijker [Redactioneel]",
abstract = "In vele opzichten is het ouder worden van homoseksuele ouderen te vergelijken met dat van heteroseksuele ouderen. Toch krijgen homoseksuele ouderen te maken met specifieke problemen die samenhangen met hun seksuele voorkeur, generatie en geschiedenis en die in combinatie een risico vormen voor hun lichamelijk en psychisch welbevinden. De huidige generatie homoseksuele ouderen is in een tijd opgegroeid waarin hun seksuele voorkeur niet algemeen geaccepteerd werd, dat je ‘er’ niet over praatte, en dat homoseksualiteit onzichtbaar was in de maatschappij. De oudsten onder hen hebben de tijd nog meegemaakt dat homoseksualiteit voor de kerk een zonde was en voor de medische wetenschap een psychische ziekte. In hun jongere jaren was het dan ook niet makkelijk om open te zijn over hun seksuele voorkeur. De meeste oudere homoseksuelen zijn pas later ‘uit de kast gekomen’. De eerste reacties waren meestal negatief en soms werd het contact met vrienden, familie of kinderen verbroken. Het behoeft geen verder betoog dat deze factoren een negatief effect hebben gehad op iemands zelfbeeld en zelfacceptatie. Het valt zeer te betreuren als deze ouderen, aan het eind van hun leven, vanwege (de angst voor) een homo-onvriendelijke zorgomgeving ‘terug in de kast kruipen’.",
author = "C.M. Fokkema",
note = "Reporting year: 2012",
year = "2012",
language = "Dutch",
volume = "43",
pages = "4--6",
journal = "Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie",
issn = "0167-9228",
publisher = "Nederlands Instituut voor Gerontologie (NIG)",
number = "1",

}

RIS

TY - JOUR

T1 - Ouderenzorg moet homovriendelijker [Redactioneel]

AU - Fokkema,C.M.

N1 - Reporting year: 2012

PY - 2012

Y1 - 2012

N2 - In vele opzichten is het ouder worden van homoseksuele ouderen te vergelijken met dat van heteroseksuele ouderen. Toch krijgen homoseksuele ouderen te maken met specifieke problemen die samenhangen met hun seksuele voorkeur, generatie en geschiedenis en die in combinatie een risico vormen voor hun lichamelijk en psychisch welbevinden. De huidige generatie homoseksuele ouderen is in een tijd opgegroeid waarin hun seksuele voorkeur niet algemeen geaccepteerd werd, dat je ‘er’ niet over praatte, en dat homoseksualiteit onzichtbaar was in de maatschappij. De oudsten onder hen hebben de tijd nog meegemaakt dat homoseksualiteit voor de kerk een zonde was en voor de medische wetenschap een psychische ziekte. In hun jongere jaren was het dan ook niet makkelijk om open te zijn over hun seksuele voorkeur. De meeste oudere homoseksuelen zijn pas later ‘uit de kast gekomen’. De eerste reacties waren meestal negatief en soms werd het contact met vrienden, familie of kinderen verbroken. Het behoeft geen verder betoog dat deze factoren een negatief effect hebben gehad op iemands zelfbeeld en zelfacceptatie. Het valt zeer te betreuren als deze ouderen, aan het eind van hun leven, vanwege (de angst voor) een homo-onvriendelijke zorgomgeving ‘terug in de kast kruipen’.

AB - In vele opzichten is het ouder worden van homoseksuele ouderen te vergelijken met dat van heteroseksuele ouderen. Toch krijgen homoseksuele ouderen te maken met specifieke problemen die samenhangen met hun seksuele voorkeur, generatie en geschiedenis en die in combinatie een risico vormen voor hun lichamelijk en psychisch welbevinden. De huidige generatie homoseksuele ouderen is in een tijd opgegroeid waarin hun seksuele voorkeur niet algemeen geaccepteerd werd, dat je ‘er’ niet over praatte, en dat homoseksualiteit onzichtbaar was in de maatschappij. De oudsten onder hen hebben de tijd nog meegemaakt dat homoseksualiteit voor de kerk een zonde was en voor de medische wetenschap een psychische ziekte. In hun jongere jaren was het dan ook niet makkelijk om open te zijn over hun seksuele voorkeur. De meeste oudere homoseksuelen zijn pas later ‘uit de kast gekomen’. De eerste reacties waren meestal negatief en soms werd het contact met vrienden, familie of kinderen verbroken. Het behoeft geen verder betoog dat deze factoren een negatief effect hebben gehad op iemands zelfbeeld en zelfacceptatie. Het valt zeer te betreuren als deze ouderen, aan het eind van hun leven, vanwege (de angst voor) een homo-onvriendelijke zorgomgeving ‘terug in de kast kruipen’.

M3 - Article

VL - 43

SP - 4

EP - 6

JO - Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie

T2 - Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie

JF - Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie

SN - 0167-9228

IS - 1

ER -

ID: 194967