Met uitzondering van de persoonsvorm in hoofdzinnen staan werkwoorden in de dialecten van het Nederlands en veel andere West-Germaanse talen achteraan in de zin. Als er meerdere werkwoorden in een zin voorkomen, vormen die samen een groep: Ik vind dat Jan een schuur moet bouwen.
In sommige dialecten kunnen zulke werkwoordclusters worden doorbroken door niet-werkwoordelijke zinsdelen: Ik vind dat Jan moet een schuur bouwen.
De zinsdelen die werkwoordreeksen kunnen doorbreken, variëren van voorzetsels tot verschillende soorten zelfstandige naamwoorden en bijwoorden (zie Barbiers et al., 2008).
Uit een studie met veertig sprekers van dialecten in West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en Belgisch Limburg blijkt dat er twee syntactische factoren zijn die bepalen of een zinsdeel in het werkwoordcluster kan voorkomen. De eerste factor is de complexiteit van het zinsdeel, de tweede is zijn positie.
Original languageEnglish
Pages (from-to)70-73
Number of pages4
JournalOver Taal. Tijdschrift over taal, tekst en communicatie
Volume54
Issue number3
StatePublished - 2015

ID: 1438687