Documents

  • PDF

    Accepted author manuscript, 5 MB, PDF-document

  • 2014_LIM872-10_Nolet

    Final published version, 1 MB, PDF-document

    Request copy

Links

Bepalen welke gebieden de belangrijkste pleisterplaatsen
van trekvogels zijn, gebeurt doorgaans
aan de hand van getelde aantallen. Nu we individuele
vogels met high-tech middelen op hun trek
kunnen volgen, kunnen we ook vanuit het perspectief
van de vogels kijken. Dit opent de mogelijkheid
om te bepalen welke plaatsen het meest
en/of het langst door gezenderde of geloggerde
vogels worden bezocht. Het voordeel van deze
methode is dat voor mensen slecht toegankelijke
plaatsen niet ondervertegenwoordigd raken in de
waarnemingen. Hier illustreren we deze methode
met gegevens van met GPS-loggers uitgeruste Kleine
Zwanen.
Original languageDutch
Pages (from-to)149-155
JournalLimosa
Volume87
Issue number2
StatePublished - 2014

ID: 314886