Borstkankerscreening staat internationaal steeds meer ter discussie. Gerandomiseerde trials naar borstkankerscreening vertonen vaak methodologische tekortkomingen, zo blijkt uit een cochranereview van 2009. Bij gebrek aan voldoende goed uitgevoerde trials met voldoende grote aantallen, is de experimentele bewijsvoering die borstkankerscreening moet ondersteunen zwak. De auteurs van de cochranereview schatten de relatieve risicoreductie van borstkankersterfte door screening op 15%. Ook bij invoering van een andere screening, namelijk die op baarmoederhalskanker, waren er geen betrouwbare screeningstrials. Daarom werden de resultaten van de screening in vergelijkbare landen, die op verschillende momenten georganiseerde baarmoederhalskankerscreening invoerden, gehanteerd als een natuurlijk experiment.Vroege invoerders, zoals Finland en IJsland werden vergeleken met een late invoerder, namelijk Noorwegen. Vroege invoering ging gepaard met een eerdere daling van de sterfte door baarmoederhalskanker van 50%.Vlaanderen en Nederland tonen een vergelijkbaar verschil in sterfte door baarmoederhalskanker. In Vlaanderen is een goede organisatie van bevolkingsonderzoek lastig, door de manier waarop de gezondheidszorg is geregeld. Momenteel vinden we een 50% lagere baarmoederhalskankersterfte in Nederland dan in Vlaanderen. Bij gebrek aan gerandomiseerde trials, zijn prospectieve vergelijkingen tussen vergelijkbare landen tot nog toe het sterkste argument voor de werkzaamheid van baarmoederhalskankerscreening.
Original languageDutch
Pages3774
JournalNederlands Tijdschrift voor Geneeskunde
Journal publication date2011
Volume155
Issue35
StatePublished

ID: 142628