Symposium De toekomst van de informele zorg

M. Broese van Groenou, A. de Boer, K. Putters, K. Henkens, H. Nies, P.A. Dykstra, H. van Solinge, C. van Campen, S. Kooiker

Onderzoeksoutput: Bijdrage aan wetenschappelijk tijdschrift/periodieke uitgaveArtikelWetenschappelijkpeer review

Samenvatting

Sinds de hervorming van de langdurige zorg in 2015 is de vraag of kwetsbare burgers de zorg krijgen die ze nodig hebben. Mensen die hulp nodig hebben doen in toenemende mate een beroep op hun directe sociale omgeving. Dat beroep op de informele zorg vraagt veel veerkracht en organisatievermogen van families, maar ook van vrijwilligers, professionals en werkgevers. Wat betekent dit voor de toekomstige invulling en vormgeving van de informele zorg? Het symposium ‘Toekomst van de informele zorg’, georganiseerd op 26 januari 2017 door het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Institute for Societal Resilience van de VU, was gewijd aan mogelijke antwoorden op deze vraag. In haar oratie ging Alice de Boer in op ongelijkheid als mogelijke determinant en uitkomst van informele zorg. Enkele conclusies uit de bijdragen: Tot 2050 verdubbelt het aantal 75-plussers tot ongeveer 3 miljoen personen, maar neemt het aantal informele helpers af. Naast het hebben van sociale en economische hulpbronnen (‘de have & have nots’) zijn capaciteiten om zorg te organiseren (‘de can & can-nots’) van toenemend belang. Bijna de helft van de werkende ouderen biedt kort voor hun pensioen mantelzorg. Flexibiliteit op de werkplek kan mensen helpen werk en mantelzorg makkelijker te combineren, maar ongeveer de helft van de werkenden geeft aan dat thuiswerken en deeltijdpensioen niet mogelijk is. Mantelzorgers en zorgprofessionals verlenen hulp vanuit een perspectief en identiteit die meer overlappend dan onderscheidend zijn. Benadrukken van wat men deelt in de zorgverlening verbetert de kans op samenwerking. Tussen 2002 en 2014 nam het aandeel volwassen kinderen dat huishoudelijke hulp verleent aan hun ouders gestaag toe. Dit suggereert een toenemende solidariteit binnen families, maar huidig beleid kan leiden tot meer genderongelijkheid binnen families. Partners en kinderen blijven ook in de toekomst de belangrijkste mantelzorgers, bij voorkeur met ondersteuning van verschillende typen hulpverleners. Het organiseren en regisseren van een groot zorgnetwerk vereist wel capaciteiten die niet iedereen bezit. Het geven van informele hulp vergroot het risico op overbelasting en verzuim op werk of opleiding. Kwetsbare groepen mantelzorgers zijn, ook in de toekomst, vrouwen, partners, migranten en jonge mantelzorgers.
Originele taal-2Nederlands
Pagina's (van-tot)77-88
TijdschriftTijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie
Volume48
Nummer van het tijdschrift2
Vroegere onlinedatum13 mrt 2017
DOI's
StatusGepubliceerd - 2017

Citeer dit